Jan Pieterszoon Coen en de anti-kwak

0
195
anti-kwak
anti-kwak

Twee gezichtsbepalende leden van de Vereniging tegen de Kwakzalverij (VtdK), oud-voorzitter Cees Renckens en huidig voorzitter Nico Terpstra, zijn beiden inwoners van Hoorn. Dat lijkt me geen toeval.

Zij hebben zich daar vast gevestigd omdat VOC-held Jan Pieterszoon Coen daar ook vandaan kwam. Om samen anti-kwak inspiratiebijeenkomsten te kunnen houden aan de voeten van Coens standbeeld op de Hoornse kaasmarkt. Op de sokkel staat: een krachtdadig en visionair bestuurder. Dat is taal die past bij de VtdK. Dat geldt ook voor de in 2012 aan de tekst op de sokkel toegevoegde aanvulling dat Coen bekritiseerd was om zijn ‘gewelddadige optreden’. Want de toon van de VtdK is bewust agressief, zo begrijp ik uit het interview van Renckens in de Volkskrant naar aanleiding van diens recentelijk verschenen boek Kroniek van de kwakzalverij in Nederland.

Ik vermoed dat Coen de geheime schutspatroon van de vereniging is. Hij stond bekend als een strenggelovig calvinist die felle kritiek uitte op eenieder die het niet met hem eens was. Zijn agressieve beleid was erop gericht om een monopoliepositie te verwerven in de specerijenhandel in de Indische archipel. Datzelfde doet de VtdK voor de regulier-strengwetenschappelijke geneeskunde.

Overigens is zijn alom bekende leuze ‘Dispereert niet’ (wanhoopt niet, hou vol) mij op allerlei manieren ingegoten. Met de paplepel van mijn moeder die deze woorden in sierlijke letters boven haar bureautje had hangen. Zij was opgegroeid op een suikerplantage op Java en net als haar ouders een groot bewonderaar van Jan Pieterszoon. Dat leverde een opvoedcultuur op die voor ons kinderen niet altijd prettig was.

En later met het bier dat ik dronk toen ik in Rotterdam lid werd van het corps. Ook daar klonk dit op het wapen van de club ingeschreven ‘Dispereert niet’ veelvuldig als wij elkaar als ferme jongens onder elkaar toedronken.  

In het eerdergenoemde interview lees ik ook dat collega Renckens dokters die zich met niet-reguliere, complementaire vormen van geneeskunst bezighouden ‘de warhoofden, de zwakke broeders uit de beroepsgroep’ noemt. Daar heb je het weer: ferme wij-zij-taal. Andersdenkenden worden naar de denkbeeldige brandstapel verwezen, net als de inquisiteurs dat in de middeleeuwen deden met de zogenaamde ketters. Er is maar één waarheid: de regulier-strengwetenschappelijke.

Dat er meer wegen naar Rome leiden, gaat aan de VtdK voorbij. Dat geldt zeker voor de weg van het midden die ik als dokter heb gekozen: het beste van twee werelden, regulier en complementair. In het belang van en tot tevredenheid van patiënten die dat graag zo willen. Waarbij voor een aantal niet-reguliere, complementaire interventies inmiddels een aanzienlijke body of evidence is opgebouwd.

De totalitaire visie van de VtdK leidt tot polarisatie en is bovendien bijzonder oncollegiaal. Wordt het niet eens tijd voor deze vereniging om de hatelijke en agressieve toon te verlaten en zich meer constructief en tot dialoog bereid op te stellen? Voordat het standbeeld van Coen alsnog van zijn sokkel gesleurd wordt.

Door: BRAM TJADEN, klik voor de link

Bram Tjaden is huisarts in Zeist en mindfulnesstrainer voor artsen, zie aandachtigedokters.nl.

Reacties

Reacties

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here