Home Blog

Minder bijwerkingen bij TCM-behandeling overgangsklachten

0

Ongeveer 80 procent van de vrouwen heeft in meer of mindere mate last van overgangsklachten. Deze klachten treden tijdens de perimenopauze en vroege postmenopauzale periode op. Veel vrouwen hebben behoefte aan behandeling hiervoor. Aziatische vrouwen kiezen hierbij over het algemeen voor traditionele Chinese geneeskunde (TCM). Volgens een studie van de Chinese Academy of Medical Sciences (Beijing) lijkt TCM minder bijwerkingen te geven dan hormoontherapie. Het onderzoek is gepubliceerd in Climatric, journal of the international menopause society.

TCM wordt gebruikt voor menopauzale symptomen bij vrouwen in meeste Aziatische landen, waaronder China, Japan, Vietnam en Zuid-Korea. In de TCM wordt de menopauze geclassificeerd als een nierinsufficiëntie en onbalans tussen yin en yang. Behandelmethodes met Chinese medicijnen en kruiden hebben daarom als doel de nierfunctie te verbeteren en yin en yang weer in balans te brengen. Men gaat ervan uit dat TCM-behandeling geschikt is voor patiënten met lichte tot matige menopauzale symptomen.

De incidentie van bijwerkingsverschijnselen, zoals borstgevoeligheid en onregelmatige vaginale bloedingen, blijkt lager te zijn dan bij hormoontherapie, zo geven de onderzoekers aan. Omdat er nog maar weinig gerandomiseerde, dubbelblinde, placebogecontroleerde studies zijn gedaan naar behandeling met TCM van menopauzale klachten moeten toekomstige studies de verdiensten van TCM verder bevestigen.

Bronvermelding:
Wang, Y-P, et al. The treatment of menopausal symptoms by traditional Chinese medicine in Asian countries. Climacteric, 2020 Oct 23;1-4.

Bron: https://www.vnig.nl/nieuws/wetenschap/minder-bijwerkingen-bij-tcm-behandeling-overgangsklachten/

Veel suiker aan basis darmziekten

0

Een nieuwe studie laat zien dat een dieet met veel suiker kan bijdragen aan het ontstaan ​​van inflammatoire darmziekten (IBD). In verschillende experimenten met muizen ontdekten onderzoekers dat met name diëten met veel glucose de symptomen van inflammatoire darmaandoeningen leken te verergeren.

De studie is uitgevoerd onder leiding van onderzoekers van de Texaanse Southwestern universiteit. Uit het onderzoek bleek dat muizen die hoge glucosespiegels kregen, veranderingen in de darmflora vertoonden die bijdroegen aan ontsteking, wat uiteindelijk leidde tot de ontwikkeling van darmaandoeningen. Voeding is een van de sleutelfactoren waarvan sommige onderzoekers vermoeden dat ze dit het proces van ontstekingen kunnen starten.

SUIKERRIJK DIEET

De nieuwe studie keek specifiek naar het effect van suiker op het darmmicrobioom en darmontsteking. Groepen muizen kregen wateroplossingen met 10 procent concentraties sucrose, fructose of glucose. Na zeven dagen op elk verschillend met suiker verrijkt dieet, werden de microbiomen van de dieren genetisch geordend om eventuele acute veranderingen te detecteren. Glucose bleek de belangrijkste verstoring te veroorzaken.

SLEUTELFACTOR

De onderzoekers veronderstellen dat diëten met een hoog suikergehalte bij mensen een sleutelfactor kunnen zijn die de snelle stijging van de IBD-prevalentie in westerse landen de afgelopen decennia ondersteunt. Zo kan een hoog glucosegehalte bijdragen aan aandoeningen als colitis en de ziekte van Crohn.

Bron: link

Glutathiondepletie, paracetamol en COVID-19

0

Nieuwe onderzoeksdata wijzen uit dat glutathiondepletie mogelijk een rol speelt bij de exacerbatie van COVID-19. Omdat paracetamol de glutathionvoorraad van het lichaam kan verminderen, rijst de vraag in hoeverre gebruik van paracetamol door risicogroepen bij milde COVID-19-symptomen ongunstig is.

Tussen april en mei 2020 zijn verschillende studies gepubliceerd die wijzen op een rol voor glutathion (GSH) in de pathogenese van COVID-19. Een cellulair glutathiontekort leidt tot een verminderde werking van het lichaamseigen antioxidantsysteem wat zou kunnen leiden tot een verminderde capaciteit om SARS-CoV-2 (het coronavirus) op te ruimen. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat mensen met polymorfismen in het glutathion S-transferase T1-gen een verhoogd risico hebben op exacerbatie van COVID-19.

Risicofactoren voor een ernstige SARS-CoV-2-infectie zijn onder andere oudere leeftijd, comorbiditeiten en roken, welke alle gekarakteriseerd worden door een lage antioxidantcapaciteit en hoge ratio reactive oxygen species/GSH. Een lage glutathionstatus zou daarom een rol kunnen spelen bij de verergering van COVID-19. In dit licht is het interessant om te kijken naar het gebruik van paracetamol bij milde COVID-19-symptomen, omdat gebruik van paracetamol kan leiden tot glutathiondepletie.

Paracetamol en zijn metabolieten zijn in staat om de glutathionvoorraad van het lichaam te verlagen. Klinische studies met gezonde vrijwilligers laten zien dat plasma-GSH en -antioxidantcapaciteit significant dalen na eenmalige inname van twee gram paracetamol of als gedurende twee weken een therapeutische dosis paracetamol wordt gebruikt. Verschillende factoren, zoals een dysbiose in het darmmicrobioom, kunnen deze effecten mogelijk versterken.

Ondanks dat er geen direct klinisch bewijs is voor de rol van paracetamol bij de exacerbatie van COVID-19, denken wetenschappers dat gebruik van paracetamol bij milde COVID-19 mogelijk risicovoller is dan tot nu toe gedacht. Met name voor risicogroepen waarbij een lage glutathionstatus valt te verwachten. Vervolgonderzoek moet hier meer duidelijkheid over geven.

Broin: https://www.voedingsgeneeskunde.nl/node/5222

Beieren zet als eerste Duitse bondsstaat homeopathie-departement op binnen Ministerie van Volksgezondheid

0
Beieren (Bayern)

Tot nu toe was homeopathie wereldwijd in twee ministeries verankerd, maar nu is een derde land hieraan toegevoegd: de Duitse deelstaat Beieren (Bayern) neemt een voorbeeld aan India en Zwitserland en heeft een homeopathie-departement opgezet binnen het Ministerie van Volksgezondheid.

Het hoofd van de nieuwe afdeling 74 van het ministerie van Volksgezondheid zal Elisabeth Nordgauer-Ellmaier zijn. Staatssecretaris Holetschek gaf bij de presentatie van het departement commentaar op de kritiek op de anti-homeopathie lobby van de therapie: “Mensen gebruiken het. Men moet daarom het puur emotionele niveau verlaten en er ook mee omgaan.”

Holetschek benadrukte: “De moderne geneeskunde vraagt om een patiëntgeoriënteerd gezondheidsstelsel, waarbij wetenschappelijke geneeskunde én natuurgeneeskunde op een gelijk level staan. De toekomst ligt in een zinvolle samenwerking van conventionele en complementaire therapieën”, zo verklaarde de politicus in een mededeling van het Ministerie.

Holetschek pleit ook voor een leerstoel ter zake aan een universiteit in Beieren, mogelijk te starten via een stichting: “We moeten beter onderzoek doen naar natuurlijke helende methoden, ze zullen zich in de nabije toekomst nog meer ontwikkelen”.

De Beierse homeopathiegemeenschap dringt al lange tijd aan op een sterker gebruik en politieke verankering van homeopathie in Beieren. Daartoe heeft het Hahnemann-Gesellschaft tijdens een ‘Homeopathie-top’ met Minister van Volksgezondheid Melanie Huml en de woordvoerder van het gezondheidsbeleid van de CSU, Bernhard Seidenath, in december 2018 gesprekken gevoerd.

Bron: Homeopathiewatchblog.de

Perinataal antibioticagebruik nadelig voor gezondheid kinderen

0

Antibioticagebruik tijdens de zwangerschap en vlak na de geboorte kan leiden tot nadelige effecten op de gezondheid op lange termijn. Met name voor het ontstaan van overgewicht, obesitas, astma en hooikoorts is er in diverse onderzoeken een significant verband gevonden.

De afgelopen jaren is door het Sarphati-project  onderzocht hoe welvaartsziekten, met name bij de Amsterdamse jeugd, op een effectieve en duurzame wijze voorkomen kunnen worden. Dat heeft geleid tot de publicatie van vier reviews die belichten op welke gezondheidsproblemen perinataal antibioticagebruik de grootste invloed heeft.

In de reviews is gekeken naar een verband tussen vroegtijdige blootstelling aan antibiotica en het risico op overgewicht en obesitas 1, het risico op coeliakie2, de prevalentie van Autisme Spectrum Stoornissen (ASD) 3  en het risico op allergieën, met name astma, eczeem en hooikoorts4, bij kinderen. Op basis van de reviews lijkt het bewijs voor een verband tussen (met name postnataal) antibioticagebruik op jonge leeftijd en overgewicht/obesitas op latere leeftijd het duidelijkst en het grootst. Er is gemiddeld ruim 12% meer kans op overgewicht en ruim 18% meer kans op obesitas bij antibioticagebruik op jonge leeftijd.

Voor een verband tussen blootstelling aan antibiotica op jonge leeftijd en het ontstaan van astma en hooikoorts is er redelijk wat bewijs. Voor het prenatale gebruik van antibiotica  werden twaalf onderzoeken naar astma en drie naar eczeem meegenomen, waarbij de meerderheid een significant effect vond. Bij jonge kinderen werd er in 17 van de 27 onderzoeken naar astma een significant effect gevonden, en in de onderzoeken naar het effect op eczeem was een significant effect te zien in zes van de 15 studies. Voor antibioticagebruik op jonge leeftijd vonden zes van de negen geïncludeerde studies een significant effect op het ontstaan van hooikoorts. Er is nog onvoldoende bewijs voor verband met coeliakie en ASD.

De onderzoeken van Baron 1,4 naar de impact van vroegtijdig antibioticagebruik op de ontwikkeling van overgewicht, obesitas en allergische aandoeningen laten zien dat het risico op het ontstaan hiervan het hoogst is bij meerdere kuren met vooral breedspectrumantibiotica. Ook lijkt het effect sterker te zijn wanneer de antibiotica werden toegediend in het eerste levensjaar, in vergelijking tot het tweede levensjaar.

Ernstig, tot nu toe onbekend effect van hersenschade ontdekt

0

Hersenschade kan een zwelling in de hersenen veroorzaken, ook als het om een milde hersenschudding gaat. Doordat de lymfevaten in de verdrukking komen, blokkeert deze zwelling het vermogen van de hersenen om zichzelf van schadelijke stoffen en toxines te ontdoen, zo toont nieuw onderzoek van de University of Virginia School of Medicine (UVA) aan. Lang was niet duidelijk waarom hersenletsel door trauma (TBI) zo schadelijk kan zijn en vaak tot langdurige klachten leidt, waaronder geheugenproblemen, angststoornissen, depressie, dementie en de ziekte van Alzheimer. Dit studieresultaat biedt daar inzicht in.

Pas in 2015 ontdekten onderzoekers van UVA dat ons brein ook lymfevaten bevat. Daarvoor ging men ervan uit dat deze afwezig waren in de hersenen en dat het immuunsysteem stopte bij de bloed-hersenbarrière. Sindsdien is er meer duidelijk geworden over de lymfevaten in de hersenen. Een verminderd functioneren van de lymfevaten kan bijvoorbeeld tot cognitieve achteruitgang leiden. En nu blijken ze dus ook een belangrijke rol te spelen bij hersenschade.

In deze studie werkten de onderzoekers met laboratoriummuizen, volgens hen een van de beste manieren om hersentrauma te onderzoeken. Uit het onderzoek bleek dat de lymfevaten van de muizen in de verdrukking kwamen door hersenbeschadiging, omdat de gezwollen hersenen tegen de schedel aandrukten. Dit leidde tot een ernstige en langdurige beperking van het vermogen van het brein om zichzelf te reinigen van schadelijke stoffen. Uit het onderzoek bleek dat deze beperking minstens twee weken kon duren, en dat is lang voor muizen, zo geven de onderzoekers aan.

‘We weten dat TBI een verhoogd risico geeft op langetermijnproblemen zoals dementie, ziekte van Alzheimer en chronische encefalopathie, dit is ondermeer aangetoond in de (Amerikaanse) National Football League. Hetzelfde geldt voor angststoornissen, depressie, zelfmoord’, zegt een onderzoeker. ‘De redenen waarom TBI een verhoogd risico op al deze aandoeningen geeft, is echter nog niet geheel bekend. We denken dat onze studieresultaten een mogelijk mechanisme heeft blootgelegd.’

Op termijn kunnen artsen wellicht bij patiënten vaststellen hoe het staat met hun capaciteit om schadelijke stoffen uit het brein af te voeren, verwachten de onderzoekers. Dit kan helpen om te bepalen of patiënten weer actief kunnen worden of dat zij beter langer rust kunnen nemen om het risico op aandoeningen op lange termijn zoveel mogelijk te beperken.

Bronvermelding:
Bolte, A.C. et al., Meningeal lymphatic dysfunction exacerbates traumatic brain injury pathogenesis, Nature Communications, volume 11, Article number: 4524 (2020)

Klik

Curcuma, gember en peper bij knieartrose

0

Uit een klinische studie blijkt dat een combinatie van curcuma, gember en zwarte peper net zo effectief is als naproxen bij knieartrose. Meer dan een miljoen mensen in Nederland heeft artrose, een aandoening waarbij de kwaliteit van het kraakbeen in een gewricht achteruitgaat. Dit gaat gepaard met pijn, stijfheid en soms zwelling van het gewricht. Omdat kraakbeen geen zenuwen bevat, lijkt de pijn elders vandaan te komen. Mogelijk speelt de ontstekingsreactie een rol. In de synoviale vloeistof en het kraakbeen van patiënten met artrose is een verhoogde hoeveelheid prostaglandine E(PGE2) gevonden, een ontstekingsbevorderende stof. Remming van PGE2, zoals door een klassiek NSAID als naproxen, kan klachten als pijn verminderen. Het gebruik van een NSAID kan echter gepaard gaan met bijwerkingen in het maagdarmkanaal. Ook kruiden, waaronder gember en curcuma, kunnen PGE2 remmen en zijn daarom mogelijk een alternatief.

Aan een gerandomiseerde klinische studie namen 60 patiënten met tweede- of derdegraads knieartrose deel. Gedurende vier weken kreeg de helft naproxen en de andere helft tweemaal daags een combinatie van curcuma, gember en zwarte peper. Uit de analyse bleek dat de kruidencombinatie de hoeveelheid PGE2 na vier weken evenveel verminderd had als naproxen. Mogelijk komt dit door de synergetische werking tussen curcumine, gingerolen en piperine. De wetenschappers concluderen dat bij artrose de kruidencombinatie even effectief lijkt als naproxen. Omdat de kruiden geen of milde bijwerkingen geven in het maagdarmkanaal kunnen die de voorkeur genieten. Vervolgonderzoek moet uitwijzen of de positieve effecten ook bij een grotere groep patiënten optreden.

Bronvermelding:
Heidari‐Beni, M., Moravejolahkami, A. R., Gorgian, P., Askari, G., Tarrahi, M. J., & Bahreini‐Esfahani, N. (2020). Herbal formulation ‘turmeric extract, black pepper, and ginger’ versus Naproxen for chronic knee osteoarthritis: A randomized, double‐blind, controlled clinical trial. Phytotherapy Research.

Spannende nieuwe onderzoekstudie uit Zwitserland…

0

Onderzoekers in Zwitserland hebben zojuist een papier vrijgegeven met gegevens van meer dan 15,700 SECURVITA verzekerden die minstens drie jaar met homeopathie behandeld werden en die groep vergeleken met een even grote controlegroep die geen homeopathische zorg kreeg – alleen gewone zorg

Ze vonden dat degenen die homeopathische zorg kregen veel beter waren en minder conventionele drugs nodig hadden dan degenen die geen homeopathische zorg kregen. Dit geldt voor kinderen en volwassenen die lijden aan een zeer breed scala aan medische problemen.

https://www.securvita.de/fileadmin/inhalt/dokumente/auszuege_SECURVITAL/202004/securvital_0420_6-11.pdf?fbclid=IwAR3O__bBRFQfJ2QcH3_pB0vpdl_t-KITQu4Z-ElDpHTiYrCUg6xfTHKIv7o

Epigenetische effecten curcumine bij darmkanker

0

7 september 2020

Dikkedarmkanker is een van de meest voorkomende vormen van kanker in Nederland. Chronische ontsteking is een belangrijke risicofactor voor het ontstaan van dikkedarmkanker. De ontsteking zorgt voor genetische en epigenetische veranderingen, zoals de DNA-methylatie, de modificatie van histonen en regulatie van niet-coderend RNA. Ter preventie van de ontwikkeling van coloncarcinoom worden er leefstijladviezen gegeven, waaronder consumptie van meer vezels en minder (bewerkt) rood vlees en alcohol, stoppen met roken en voldoende lichaamsbeweging. Een recente review gaat in op de mogelijk preventieve effecten van curcumine op het ontwikkelen van coloncarcinoom.

Laboratoriumonderzoek en preklinische studies laten zien dat curcumine anti-oxidatieve en anti-inflammatoire eigenschappen heeft. Daarnaast blijkt er uit dergelijke studies een antikanker-effect te bestaan. Dit effect komt tot stand via de beïnvloeding van nuclear factor erythroid-2-related factor 2 (nrf2), nuclear factor-κB en epigenetische mechanismen waaronder DNA-methylatie. De onderzoekers benadrukken dat gebruik van curcumine mogelijk zinvol is ter preventie van dikkedarmkanker en in een vroeg stadium van de ziekte. Effecten in een later stadium van de ziekte zijn onduidelijk. Klinische studies zijn nodig om een beter beeld te krijgen van de gezondheidseffecten bij de mens.

In het kader van epigenetica attenderen wij u graag op het aanstaande MBOG-congres, dat op 3 oktober plaatsvindt in Nieuwegein. Meer informatie vindt u hier of hier.

Bronvermelding:
Wu, R., Wang, L., Yin, R., Hudlikar, R., Li, S., Kuo, H. C. D., … & Kong, A. N. (2020). Epigenetics/epigenomics and prevention by curcumin of early stages of inflammatory‐driven colon cancer. Molecular Carcinogenesis, 59(2), 227-236. DOI: 10.1002/mc.23146

Boswellia bij artrose

0

Meer dan een miljoen Nederlanders hebben last van artrose, een gewrichtsaandoening waarbij het kraakbeen in het gewricht in kwaliteit achteruitgaat. De ziekte gaat gepaard met pijn en bewegingsproblemen. Kraakbeen bevat geen zenuwen en kan daarom geen pijn doen. De pijn komt dus waarschijnlijk door andere veranderingen dan slijtage van het kraakbeen, zoals ontsteking van de slijmvlieslaag in het gewricht. Gewrichten die het vaakst zijn aangedaan zijn de heupen, knieën, nek, onderrug en de duim. De aandoening heeft daardoor een groot effect op de kwaliteit van leven. Momenteel is er nog geen goede behandeling voor artrose, regulier bestaat de behandeling uit het stimuleren van lichaamsbeweging, fysiotherapie en eventueel gebruik van pijnstillers. Een recente systematische review en meta-analyse laat zien dat het gebruik van boswellia mogelijk zinvol is bij artrose.

Voor de review werden zeven studies geïncludeerd met totaal 545 deelnemers. In de studies werd Boswellia serrata vergeleken met placebo of westerse medicatie. Analyse toont aan dat zowel boswellia als een boswellia-extract pijn bij de deelnemers verlichtte, stijfheid verminderde en de gewrichtsfunctie verbeterde. De onderzoekers constateerden dat effecten alleen optreden als de hars minimaal vier weken wordt gebruikt. Een minimaal effectieve dosering is 100-250 mg per dag.

Omdat de geïncludeerde studies relatief klein waren, zijn grotere studies nodig om de precieze effecten te bepalen. De gebruikte studies rapporteerden geen ernstige bijwerkingen en ook in eerdere dierstudies zijn geen ernstige nevenwerkingen gevonden. Dat maakt boswellia een interessante behandeloptie bij artrose.

Het volledige artikel kunt u hier lezen.

Meer informatie vind u hier

Bronvermelding:
Yu, G., Xiang, W., Zhang, T., Zeng, L., Yang, K., & Li, J. (2020). Effectiveness of Boswellia and Boswellia extract for osteoarthritis patients: a systematic review and meta-analysis. BMC Complementary Medicine and Therapies, 20(1), 1-16.