Home Blog Pagina 3

Fytotherapie bij cardiovasculaire aandoeningen

0

Aandoeningen aan hart en bloedvaten, zoals hypertensie en coronaire hartziekten, zijn wereldwijd een van de belangrijkste doodsoorzaken. Gebruik van medicatie heeft niet altijd het gewenste effect en een groeiende groep mensen geeft de voorkeur aan kruiden boven reguliere medicatie vanwege de vermeende veiligheid. Een uitgebreide publicatie in Frontiers of pharmacology gaat in op de effectiviteit, toxiciteit en veiligheid van kruiden bij hart- en vaatziekten. Een drietal kruiden en een paddenstoel staan centraal in de publicatie, namelijk ginseng, Ginkgo biloba, Ganoderma lucidum en Gynostemma pentaphyllum.

In de review wordt ingegaan op de rol van ontsteking bij hart- en vaatziekten en de mechanismen waarop verschillende plantstoffen kunnen aangrijpen. De genoemde fytotherapeutica werken allen ontstekingsremmend en anti-oxidatief. De individuele kruiden hebben daarnaast een meer specifieke werking. Ginseng kan bijvoorbeeld ingezet worden bij mitochondriale dysfunctie, terwijl ganoderma sterker dan de andere planten het immuunsysteem beïnvloedt. De publicatie kan daarmee een leidraad zijn voor evidence based patiëntspecifiek voorschrijven.

Gynostemma pentaphyllum en ganoderma lijken voor een grote groep mensen veilig te zijn. Ginkgo is waarschijnlijk veilig bij aaneengesloten gebruik tot zes maanden. Wel zijn er interacties mogelijk met reguliere medicatie. Ook ginseng kan interacties aangaan met reguliere medicatie, waaronder warfarine (een bloedverdunner). Bij langdurig gebruik van ginseng worden relatief vaak bijwerkingen als hypertensie en atriumfibrilleren gemeld. De onderzoekers concluderen dat er een uitgebreide wetenschappelijke basis is voor het gebruik van fytotherapeutica in de praktijk.

De volledige publicatie kunt u hier teruglezen.

Bronvermelding:
Shaito, A., Thuan, D. T. B., Phu, H. T., Nguyen, T. H. D., Hasan, H., Halabi, S., … & Pintus, G. (2020). Herbal Medicine for Cardiovascular Diseases: Efficacy, Mechanisms, and Safety. Frontiers in Pharmacology, 11.Tags:cardiovasculaire aandoeningen

Jezelf van ziek naar gezond eten met een plantaardig dieet. Soms kan het echt

Bron: volkskrant

Beeld Rein Janssen

Met een (overwegend) plantaardig dieet kunnen patiënten met reuma, diabetes of aderverkalking zichzelf gezond(er) eten. Hoewel dat al geruime tijd bekend is, is er in de gezondheidszorg nog weinig oog voor. Hoe komt dat?Margreet Vermeulen26 juni 2020, 15:00

In november 2017 at Irene van Dam haar aller-, allerlaatste tosti. ‘Nu is het klaar’, zei ze tegen zichzelf en ze stapte over op een 100 procent plantaardig dieet, in de hoop zichzelf daarmee te genezen van reuma. Twee maanden later, tijdens de wintersport, merkte ze enig effect. ‘Normaal kon ik het op ski’s niet lang volhouden vanwege mijn knieën, maar nu ging het opeens best aardig. Bovendien werd ik ’s avonds niet gestraft met extra pijn.’

Jezelf genezen met een (overwegend) plantaardig dieet. Kan dat? Genezen is misschien een groot woord. Nederland is sowieso terughoudend met dit soort grote claims. Maar soms kan het, ja. In Duitsland wordt voeding ingezet als medicijn tegen reuma. In Amerika vergoeden verzekeraars een leefstijlprogramma met een overwegend plantaardig dieet bij hart- en vaatziekten. In Nederland is ook een voorzichtige eerste stap gezet nu er twee verzekeraars zijn die een dieet tegen diabetes type 2 vergoeden. ‘Een voorzichtige ommekeer’, hoopt hoogleraar nutritional biology Renger Witkamp van de Wageningen Universiteit. ‘Hopelijk volgen meer verzekeraars dat voorbeeld. Ik kom steeds meer artsen tegen die niet meer willen dweilen met de kraan open.’

Jezelf van ziek naar gezond eten, is soms mogelijk. De ziekte afremmen of verminderen met een dieet is dat ook. Dat is eigenlijk al best lang bekend, maar dit soort wetenschappelijke inzichten vertalen naar de spreekkamer van de dokter is een lange, hobbelige weg.

Aderverkalking 

Neem aderverkalking. Die aandoening is bij acht van de tien patiënten omkeerbaar. In de VS werd in 1989 aangetoond dat een plantaardig dieet, in combinatie met lichaamsbeweging en stressregulatie, de vaatvernauwingen in de aderen rond het hart deed slinken. Bij patiënten die geen dieet maar een standaardbehandeling kregen (medicatie en algemene voedingsadviezen), werden de vernauwingen gemiddeld juist ernstiger. Ook de daaropvolgende jaren – de studie liep vijf jaar – liep de aderverkalking van de dieetgroep gemiddeld terug. Het verschil met de controlegroep werd elk jaar groter.

In Amerika werd de man achter deze studie, arts en onderzoeker Dean Ornish, een beroemdheid. Vooral toen hartpatiënt Bill Clinton het dieet en de leefregels van Ornish omarmde, omdat hij ‘lang genoeg wilde leven om zijn dochter naar het altaar te kunnen begeleiden’. Dat is hem, tien jaar geleden alweer, gelukt.

In Nederland werd de studie nauwelijks opgemerkt, ook al haalde Ornish de kolommen van het prestigieuze wetenschappelijke tijdschrift The Lancet. Als er al werd gereageerd was het met scepsis. Want is het nu het dieet of de lichaamsbeweging waardoor de patiënten verbeteren? Waren de effecten niet gewoon toe te schrijven aan de kilo’s die de patiënten kwijtraakten door het plantaardige dieet van Ornish? En waarom gingen twee van de tien patiënten er niet op vooruit?

In de VS was men wel zeer opgetogen. Alle grote verzekeraars in de VS vergoeden het Ornish-programma.

Ook patiënten met diabetes type 2 kunnen zich gezond(er) eten. ‘De ziekte is omkeerbaar, mits de diabetes niet te ver gevorderd is’, zegt de Wageningse hoogleraar Witkamp. ‘Specifiek voor een plantaardig (vegan-)dieet werd onder andere het bewijs geleverd door de Amerikaanse arts en onderzoeker Neal Barnard in 2006. Hij vergeleek patiënten met diabetes-2 die het reguliere diabetesdieet volgden met een groep die op een plantaardig dieet werd gezet. De laatste groep deed het op alle fronten ongeveer dubbel zo goed. In de plantaardige groep hadden vier van de tien patiënten minder medicijnen nodig. In de reguliere groep waren dat er twee op de tien. Ook wat betreft cholesterol en de glucoseregulatie deed de plantaardige groep het beter.’

Inmiddels vergoeden VGZ en Menzis een soortgelijk dieet/leefstijl-programma met de naam Keer Diabetes2 Om. Tot grote vreugde van Hanno Pijl, hoogleraar diabetologie in het LUMC. ‘Ik zie in mijn spreekkamer te veel patiënten die wel zeven of acht medicijnen slikken. En dan nog is hun probleem niet op orde. De medicijnen werken wel, maar ze pakken de oorzaak van de ziekte niet aan. Terwijl je met een gezond, overwegend plantaardig dieet, lichamelijke beweging en stressregulatie de ziektelast kunt verminderen en soms echt om kan keren.’

Neemt niet weg dat medicatie bij diabetes absoluut de boventoon voert. Ter illustratie: van de 1 miljoen Nederlanders met diabetes type 2 hebben er vijfduizend meegedaan aan Keer Diabetes2 Om.

Planten voor gewrichten

Van reuma wordt al sinds de jaren negentig vermoed dat een plantaardig dieet de ziektelast kan verminderen, weet Wendy Walrabenstein. Zij is diëtist, als promovendus verbonden aan het Amsterdam UMC en onderzoeker bij Reade, centrum voor revalidatie en reumatologie. ‘Plants for joints’ (planten voor gewrichten) heet het onderzoek dat zij doet, samen met de Amsterdamse hoogleraar reumatologie Dirkjan van Schaardenburg. In deze studie wordt gekeken naar het effect van een plantaardig dieet, lichaamsbeweging, stressreductie en een beter slaappatroon op reuma en artrose en op proefpersonen die een verhoogd risico hebben op reuma.

Soortgelijk onderzoek werd al eerder gedaan, in 1991 in Noorwegen, zegt Walrabenstein. ‘Patiënten werden voor deze studie eerst een week op water gezet. Daarna kregen ze louter plantaardig voedsel. De zwellingen van de gewrichten namen af. De ontstekingswaarden ook. En de patiënten rapporteerden minder pijn.’ 

Deze Noorse studie verdween in een la. Niet met opzet, maar omdat in die tijd nieuwe medicijnen en medicijncombinaties werden ontwikkeld tegen reuma, zoals methotrexaat met prednison en later de zogeheten TNF-blokkers. ‘Die hebben ons veel gebracht’, vindt Walrabenstein. ‘De tijd dat de wachtkamers bij de reumatoloog vol zaten met patiënten in rolstoelen is gelukkig voorbij. Maar de meeste patiënten houden pijn of blijven chronisch vermoeid. Bovendien zijn er veel bijwerkingen.’

Daar kan Irene van Dam over mee praten. Zij slikte het reumamedicijn methotrexaat, een middel dat onder meer de ontstekingen in de gewrichten afremt. ‘Ik kon niet zonder het middel leven, maar ook niet met’, zegt ze. ‘Als ik te weinig slikte, werd de pijn te erg. Als ik genoeg slikte tegen de pijn, werd ik misselijk, erg grieperig en lag ik hele nachten wakker. Ik werd er wanhopig van.’ Van een dieet tegen reuma had ze nog nooit gehoord. Tot haar zoon van zijn docent biologie naar de Netflix-documentaire What the Health moest kijken. Daarin vertellen artsen en patiënten over de voordelen van een whole food plant-based dieet. Ziekten kunnen omgedraaid worden met de juiste voeding. ‘Iedereen weet dat een salade gezonder is dan een hamburger. Wat nou als je elke maaltijd, elke dag de gezonde keuze maakt en helemaal vegan gaat: dus geen vlees, vis of zuivel. Er zat een dokter in die zei dat het ook tegen reuma zou helpen. Ik wist eigenlijk meteen dat ik het zou gaan proberen.’

In Duitsland wordt voeding al ingezet als medicijn tegen reuma. In het televisieprogramma Dokters van Morgen vertelde de Berlijnse internist Andreas Michalsen dat mensen met reumatische aandoeningen eerst zeven tot tien dagen moeten vasten. Daarna adviseert hij patiënten een plantaardig, vegetarisch dieet te volgen. De meeste patiënten merken na drie tot vier dagen dat de pijn afneemt en dat de gewrichten minder gezwollen zijn en beweeglijker. De kosten worden vergoed door de Duitse verzekeringsmaatschappijen, ook al is het wetenschappelijk bewijs dat het dieet werkt (nog) aan de dunne kant. En om van ‘genezing’ te spreken, gaat misschien te ver. Want zodra de patiënten het dieet loslaten, komen de klachten terug.

Beeld Rein Janssen

Sektarisch randje

Dat voeding kan werken als een medicijn, was lange tijd vloeken in de medisch-wetenschappelijke wereld. En voor veel wetenschappers is dat nog steeds zo. Dat komt deels doordat veel dieetstudies een activistisch, sektarisch randje hebben, of liever gezegd hadden, omdat ze een streng vegetarische of veganistische leefstijl propageren. Die termen worden in de huidige voedingsstudies dan ook vaak zorgvuldig vermeden. De term ‘whole foods, plant-based’ is in zwang geraakt. Dat wil zeggen: niet-industrieel en overwegend plantaardig. ‘Je wil geen gesteggel over dat ene stukje vlees of vis per week’, zegt diëtist Walrabenstein, zelf dochter van een slager. ‘Dat is niet de kern. De kern is: veel groenten, peulvruchten, noten, fruit, vezelrijke en niet bewerkte voeding.’

De kwaliteit van dieetstudies voldeed en voldoet niet altijd aan de hoogste normen. Dus zijn artsen en wetenschappers voorzichtig. Dat dieetonderzoek soms beter kan, vindt ook Pijl van het LUMC. ‘Voedingsinterventies zijn complex. Als je meer van het een gaat eten, eet je minder van het ander. En wat veroorzaakt dan de effecten? Een nieuw medicijn testen is relatief simpel. Je geeft de ene groep het nieuwe medicijn, een controlegroep geef je een neppil en dan ga je kijken wat er gebeurt. Een dieet is lastiger te testen. Om te beginnen kun je geen nepdieet geven. En het is lastiger te controleren of de patiënten zich echt aan de voedingsvoorschriften houden gedurende het onderzoek.’

Daar komt bij dat medicijnen sneller werken. Voedingsonderzoeken duren veel langer en vragen van de deelnemers dat ze hun leefstijl aanpassen. En dat is geen sinecure, al helemaal niet als de rest van de familie met chips en cola op de bank zit.

Irene van Dam had het geluk dat haar man haar steunde. ‘En hij is bij ons thuis de kok. Voor mij kookt hij veganistisch: dus geen vlees, vis, zuivel of eieren. We zijn er nu aan gewend, maar in het begin was het wennen, want als je geen dierlijke producten eet, moet je goed weten wat je doet. Je wilt geen tekorten krijgen aan vitamine B12 of ijzer. En er is weinig hulp. Mijn reumatoloog was niet echt geïnteresseerd. Dat kan ook niet. Je moet binnen tien minuten weer de deur uit. Ik heb nog een tienweekse cursus Omgaan met reuma gevolgd, maar daar zat niets bij over voeding. Dus haalde ik mijn informatie vooral van YouTube-filmpjes, veelal in het Engels, best ingewikkeld. Ik maak nu mijn eigen brood, mijn eigen muesli. Ik eet alles volkoren. Lunch en diner lijken op elkaar. Ik eet veel maaltijdsoepen en groentecurry’s. Erg smakelijk trouwens, als we gasten hebben vinden die het ook altijd lekker. Het kost veel tijd, maar het is geen straf.’

Welvaartsziekten als hart- en vaatziekten, diabetes, hoge bloeddruk, artrose en reuma (deels ook een welvaartsziekte) zijn chronische ziekten en ze vormen de grootste ziektelast in de westerse wereld. De oorzaak ligt voor een groot deel in ons voedingspatroon (te veel, te vet, te zoet, te zout, te bewerkt) en onze leefwijze (roken, drinken, te weinig bewegen, weinig slaap en veel stress). Daarover is weinig discussie. De Gezondheidsraad zegt het sinds een paar jaar ook hardop: meer plantaardig en minder dierlijk eten geeft minder risico op een een groot aantal aandoeningen, vooral hart- en vaatziekten, diabetes, nierproblemen, hoge bloeddruk. Dus als je die ziekten eenmaal hebt, is het een kwestie van ‘gezond verstand’ dat je het proces ook weer om kunt draaien, binnen bepaalde grenzen, zegt Witkamp van Wageningen Universiteit.

Gezond gewicht

Waarom zijn overwegend plantaardige diëten eigenlijk gezonder? ‘Ten eerste krijg je minder energie binnen’, legt Witkamp uit. ‘In een kilo plant zit minder energie dan in pakweg een kilo vlees of zuivel. Je raakt wel verzadigd, maar je komt minder aan. Dus het helpt een gezond gewicht te bewaren. En het gaat er ook om wat je niet binnenkrijgt. Als je snackt met een appel, eet je geen bitterbal. Of geen koekje.’

Wie vooral onbewerkt plantaardig eet, krijgt minder ‘snelle suikers’ binnen zoals dat heet. Snelle suikers zitten in snoep, limonade, witbrood en industrieel geproduceerd voedsel. In groente en fruit en volkoren producten zitten langzame suikers: dat wil zeggen dat de koolhydraten uit die producten geleidelijk en langzaam in je bloed terechtkomen als glucose. Grote schommelingen in je bloedsuikerspiegel zijn niet gezond en een permanent verhoogde bloedsuikerspiegel verhoogt het risico op diabetes, schade aan organen en aderen.

Verder bevatten groenten en fruit bioactieve stoffen die gezonde processen in het lichaam kunnen stimuleren. Het bekendst zijn de flavonoïden die, vaak in combinatie met elkaar, het functioneren van onze cellen en de stofwisseling positief beïnvloeden.

Tot slot hebben de vezels in groenten, fruit, peulvruchten, noten en volkoren producten een positief effect op de bacteriehuishouding in de darmen; het microbioom. En een gezond microbioom lijkt bevorderlijk voor het immuunsysteem, verbetert de omzetting van vet en glucose in het lichaam en vermindert ontstekingen in het lichaam. Dat laatste is belangrijk, want alle welvaartsziekten gaan gepaard met sluimerende ontstekingsprocessen. Vaak begint dit vanuit het buikvet en gaan bijvoorbeeld bloedvaten, spieren en gewrichten meedoen. Dit draagt dan weer bij aan aderverkalking. Lang voordat deze ziekten zich openbaren, doen zich in het lichaam van de patiënt al kleine ontstekingen voor die het lichaam in de alarmstand zetten waardoor veel stofwisselingsprocessen en het immuunsysteem ontregeld raken.

Voeding die ontstekingen afremt, zal trouwens niet bij iedereen even succesvol zijn. ‘Als je een zwak gestel hebt, kun je door gezond te eten nooit zo gezond worden als iemand die genetisch heel sterk is’, zegt Witkamp. ‘Neem Churchill. Hij rookte de hele dag door sigaren, dronk veel whisky, at beroerd en veel te veel maar was tot zijn 80ste premier en werd 90 jaar. Hij had duidelijk goede genen.’ En het effect van voeding is niet bij iedereen precies hetzelfde, zo bleek in 2015 uit een omvangrijk Israëlisch onderzoek, gepubliceerd in het blad Cell. Wat gemiddeld de bloedsuikerspiegel opjaagt, een ijsje bijvoorbeeld, doet dat bij de ene proefpersoon veel meer dan bij de ander. En wat bij de meeste mensen de bloedsuikerspiegel positief beïnvloedt, een tomaat bijvoorbeeld, doet dat ook niet bij iedereen.

‘Artsen zijn conservatief’

Het initiatief om een dieet te gaan volgen als aanvulling of ter vervanging van medicijnen komt meestal van de patiënt. Niet van de arts. ‘Wat kan ik zelf doen dokter?’, hoort de Amsterdamse hoogleraar reumatologie Dirkjan van Schaardenburg geregeld in zijn spreekkamer. Maar artsen komen tijdens hun opleiding weinig te weten over voeding als medicijn. Volgens de algemene richtlijnen, bijvoorbeeld die van diabetes en hart- en vaatziekten, moet elke (huis)arts de patiënt erop wijzen wat gezonde voeding is, dat roken ongezond is en lichamelijke beweging van belang is. Volgens Witkamp doen artsen daar weinig mee. ‘Veel artsen geven het bij voorbaat al op. Eigenlijk zeggen ze daarmee tegen de patiënt: dat gaat bij u toch niet lukken.’

‘Artsen zijn, laat ik het voorzichtig zeggen, conservatief’, zegt Witkamp. ‘Neem de cardiologen. In de praktijk sturen ze iedereen met statines de deur uit, zonder het gesprek te openen over gezond leven. Het systeem is er niet op ingericht. De zorgverzekeraars betalen hulpverleners op basis van pillen. De farmaceutische industrie wordt wel gefinancierd door de zorg, de groenteboer niet.’

Een pil voorschrijven lukt bovendien wel in tien minuten; iemand een ander eetpatroon en leefstijl leren aanmeten kost veel tijd en moeite. De reumapatiënten die meedoen aan de studie van Van Schaardenburg en Walrabenstein krijgen bijvoorbeeld kooklessen en hulp bij slaapproblemen. Vandaar dat zorgverzekeraars de vraag krijgen om dit soort leefstijlprogramma’s te vergoeden. De patiënt met een boekje recepten en oefeningen naar huis sturen helpt niet.

Maar ook als het voedingsadvies simpel is, gebeurt er weinig mee. Zo hebben psychiaters volgens de officiële richtlijn de optie om volwassenen met een depressie naast antidepressiva ook een supplement voor te schrijven: het omega-3 vetzuur EPA. In de praktijk gebeurt dat nauwelijks.

Sinds Irene van Dam haar allerlaatste tosti (en gevulde koek en slagroomsoes en karbonaadje) at, kreeg ze geen pijnaanvallen meer. Daarna is de reuma als een nachtkaarsje uitgegaan. Ze werkt weer in haar oude functie als projectleider drinkwaterinstallaties bij het Provinciaal Waterleidingbedrijf Noord-Holland. Ze is klachtenvrij. Maar haar energie heeft ze niet helemaal terug. ‘Hardlopen doe ik nog niet. Dat is mijn punt op de horizon. Mijn gewrichten kunnen het wel aan, maar ik ben niet energiek genoeg.’ De reumatoloog heeft haar ontslagen. De ontstekingswaarden in haar bloed zijn normaal. Is ze genezen? ‘Dat weet ik niet zo goed. Zolang ik mij aan het dieet houd, heb ik geen reuma.’

Voor het onderzoek Plants for Joints worden nog patiënten met reuma en artrose gezocht, kijk voor meer informatie op reade.nl/plantsforjoints.

Wondermiddelen bestaan niet, maar zeewier komt aardig in de buurt’

Wordt zeewier het duurzame landbouwproduct van de toekomst? Zeewier slaat CO2 op, zuivert het zeewater en heeft weinig nodig om te groeien. Je kunt er op een duurzame manier allerlei producten van maken, mits je rekening houdt met de natuur.

In zo’n duizend producten in de supermarkt zit nu al zeewier verstopt. Als verdikkingsmiddel in tandpasta of chocolademelk bijvoorbeeld en als smaakmaker in bouillonblokjes. Het worstvelletje van zeewier geeft een vegetarische rookworst de welbekende knak.

Zeewier wordt ook gebruikt als onderdeel van medicijnen en cosmetica, als vezel om textiel mee te maken, voor het produceren van bioplastics en chemicaliën en als veevoer en brandstof.

De Wereldbank onderzocht de potentie van zeewier en concludeerde dat de productie van 500 miljoen ton zeewier 135 miljoen ton CO2 absorbeert. Over tien jaar kan er in Nederland 10 miljoen ton zeewier geproduceerd worden dat 3,3 miljoen ton CO2 kan absorberen. Dat staat ongeveer gelijk aan de uitstoot van een kolencentrale in een jaar.

De nieuwe zeewierboeren kunnen hun gewassen in de Noordzee tussen windmolenparken telen en boosten daarmee ook nog eens de marine-biodiversiteit.

“De natuur in de Noordzee staat al met 5-0 achter door visserij, windparken, transport en gas- en olieboringen.”

Tom Grijsen, Noordzee-expert

Is zeewier een wondermiddel?

“Wondermiddelen bestaan niet, maar zeewier komt aardig in de buurt”, zegt Marlies Draisma van Stichting Noordzeeboerderij, de sectororganisatie voor zeewier met zo’n negentig organisaties in de zeewiersector. “Zeewier groeit van zonlicht en onder andere door een overschot aan meststoffen van de landbouw die uitspoelen in zee”.

Stichting Natuur & Milieu vindt zeewierteelt veelbelovend. Maar om echt duurzaam te telen, moeten de wierboeren volgens de natuur- en milieubeschermingsorganisatie aan een aantal voorwaarden voldoen:

  • Zeewier zuivert het vervuilde zeewater. Maar de zeewierteelt mag niet meer voedingsstoffen uit het water halen dan er door mestuitspoeling inkomen.
  • Pas de zaai- en oogstmomenten van zeewier aan op het kraamseizoen van kwetsbare zeedieren.
  • Gebruik geen mest.
  • Grootschalige zeewierteelt kan het ecologische evenwicht verstoren. Het monitoren van het ecosysteem is daarom belangrijk. Raakt het uit balans, dan moet de uitrol van zeewierteelt stoppen.

Ook het Wereld Natuur Fonds juicht onderzoek naar de mogelijkheden voor zeewierteelt toe, maar waarschuwt voor verstoring van het kwetsbare ecosysteem van de Noordzee.

Volgens Tom Grijsen, Noordzee-expert van het Wereld Natuur Fonds, moet de hoeveelheid zeewier passen binnen de draagkracht van het ecosysteem. “Alleen dan is aquacultuur duurzaam”, zegt hij. “De natuur in de Noordzee staat al met 5-0 achter door visserij, windparken, transport en gas- en olieboringen”.

(Foto: Stichting Noordzeeboerderij)

Beter zicht voor jagende vissen

Toch ziet Grijsen voordelen van zeewierteelt voor de zeenatuur: “Het kan extra leven aantrekken door bijvoorbeeld zeewier en oesterbanken te combineren. En zeewier filtert het water, waardoor het zicht beter wordt voor jagende vissen. Het zou heel mooi zijn als zeewier de ideale oplossing is, maar er is eerst verder onderzoek nodig”.

Duurzaam werken staat bij De Noordzeeboerderij hoog in het vaandel: “Opschalen van zeewierteelt moet in verhouding staan met de omgeving”, zegt Draisma. Volgens hun berekeningen zouden ze 500 vierkante kilometer zeeboerderij kunnen realiseren in 2030, zonder het ecosysteem teveel te verstoren.

Om dat te garanderen, doet Noordzeeboerderij continu onderzoek en worden er pilots gedraaid op hun offshore lab. “Alle aangesloten partijen staan achter een duurzame, natuurinclusieve zeewierteelt”.

Bron: https://www.nu.nl/klimaat/6052137/wondermiddelen-bestaan-niet-maar-zeewier-komt-aardig-in-de-buurt.html

De rol van TCM bij Covid-19-infecties

Het internationale vaktijdschrift Medical Acupuncture publiceerde onlangs een ingezonden brief van prof. Gerhard Litscher. Litscher is professor aan de Medische Universiteit van Graz te Oostenrijk, hoofd van twee onderzoekscentra aldaar en voorzitter van het TCM-onderzoekscentrum te Graz.

In zijn brief beschrijft Litscher de ervaring die met traditionele Chinese geneeskunde (TCM) is opgebouwd in de behandeling van Covid-19. Ook haalt hij andere publicaties aan waarin China zijn TCM-ervaring rond de Covid-19-pandemie deelt met andere landen. Hij geeft aan dat TCM Covid-19 niet geneest, maar dat een gecombineerde geïntegreerde westerse en TCM-behandeling van aanvullende waarde kan zijn in de verlichting van Covid-19-symptomen.

In Wuhan werden in totaal zestien tijdelijke ziekenhuizen gebouwd. Eén daarvan – Jiangxia – was voornamelijk gespecialiseerd in TCM. De 564 patiënten in dit ziekenhuis kregen TCM en enkele intraveneuze kruidenaftreksels toegediend. Daarnaast maakten tai chi, Ba Duan Jin (een soort medische gi gong), acupunctuur, massage, acupressuur (op ooracupunctuurpunten en algemeen) deel uit van de behandelingen. De aanbevolen acupunctuurpunten voor moxibustie en acupunctuur waren Zusanli (ST 36), Guanyuan (CV 4), Dazhui (GV 14), Fengmen (BL 12), Feishu (BL 13), Zhongwan (CV 12) en Shenque (CV8). De acupunctuur verminderde het gebrek aan eetlust, hoesten, slapeloosheid en hoofdpijn van de Covid-19-patiënten.

Met name de overgang van de milde naar de ernstigere fase van Covid-19 kwam voor bij tien procent van de patiënten die alleen met westerse geneeskunde (WM) werden behandeld, vergeleken met 4,1 procent van de patiënten die volgens een integratieve aanpak met zowel WM als TCM werden behandeld.

Het artikel is hier in het geheel leesbaar.

Bronvermelding:
Gerhard Litscher. Effectiveness of Integrative Medicine in COVID-19? Medical Acupuncture. Published Online:22 Apr 2020.

Koreanen werken aan antikankerscore voor voeding

Zuid-Koreaanse wetenschappers hebben een schaal uitgewerkt die een inschatting geeft in hoeverre voedingspatronen bescherming bieden tegen kanker. Met de schaal hebben ze ook 88 maaltijden geëvalueerd. Vegetarische en mediterrane voedingspatronen doen het uitstekend volgens die schaal, beter dan Koreaanse, Chinese en Westerse voedingspatronen.

Het anti-cancer food scoring model (ACFS) is een scoresysteem die bedoeld is om het antikankerpotentieel van een voedingspatroon eenvoudig weer te geven. De score is afgeleid uit bevolkingsstudies: hoe overtuigender het verband tussen een voedingsmiddelengroep en kanker, hoe hoger (kankerpreventief) of lager (kankerverwekkend) de score wordt.

De wetenschappers hebben ook zes nutriënten gevonden die onderscheidend zijn voor kankerpreventieve voedingspatronen. Dierlijk vet, dierlijk ijzer en niacine lijken representatief te zijn voor de kankerverwekkende voedingspatronen, terwijl dierlijk proteïne, vezel en vitamine C belangrijke kankerbeschermende factoren zouden zijn. Een voedingspatroon arm aan dierlijk vet en rijk aan dierlijk proteïne, dat is op het eerste gezicht een tegenstrijdigheid. Wel voldoen vis en kip min of meer aan die voorwaarden.

Het model is ontwikkeld om leken beter wegwijs te maken in het informatiekluwen rond van voeding en gezondheid die hen overspoelen. Volgens recentere schattingen wordt een derde van alle kankers veroorzaakt door voeding en tabak. Het ACFS-model kan ook ingezet worden om het antikankerpotentieel van een diverser bereik van voedingspatronen epidemiologisch te onderzoeken.

Het model werd ontwikkeld door een score te vast te leggen van 22 voedingsgroepen: volkoren, rood vlees, groene bladgroenten, vis, look, soja, kruisbloemige (kool en dergelijke), groenten uit het geslacht allium, kaas, zeewier, fruit, niet-zetmeelhoudende groenten, wit vlees, caroteenrijke groenten, verwerkt vlees, seleniumhoudende voeding, melk, ei, geraffineerde granen, peulvruchten, chili en aardappel. Uiteraard dient het model verder verfijnd te worden.

Bron: https://www.voedingsgeneeskunde.nl/node/4978

Kijktip: Documentaire Taking Justice over een eerlijke kledingindustrie

Kijktip: Documentaire Taking Justice over een eerlijke kledingindustrie

Wat heb jij aan vandaag? Een broek, trui of misschien wel een jurk. De belangrijkste vragen die we je nu aan jezelf willen laten stellen is: waar komt jouw kleding vandaan? Wie hebben ze gemaakt? En is dat op een eerlijke en duurzame manier gebeurd?

Ook Janneke en Judith van J-LAB3L vechten voor duurzaamheid, eerlijkheid en transparantie in de mode. Zij maakten hier een documentaire over die nu voor iedereen te bekijken is via YouTube. Bekijk de documentaire hieronder:

Lees ook:
– Naar een eerlijke kledingindustrie

0

Zo gezond is ui

Dikke kans dat ook jij ze altijd in huis hebt: uien. Dat is maar goed ook, want bijna geen gerecht kan zonder. En je gezondheid ook niet! Maar wat maakt een ui eigenlijk zo gezond?

De ui maakt deel uit van de zeer uitgebreide uienfamilie, die de Latijnse naam Allium heeft. Hier vallen bijvoorbeeld ook knoflook en bieslook onder, net als de niet-eetbare sieruien. Huil jij trouwens bij het pellen van een ui? Dan kan het helpen om hem af te pellen onder stromend water of hem een paar uur in de koelkast te leggen.

Een ui op je nachtkastje werkt écht

Allylpropyldisulfide. Dat is de stof in de ui die ervoor zorgt dat je tranen met tuiten kunt huilen als je uien snijdt. Deze stof prikkelt je slijmvliezen en dat is ook de reden waarom een doormidden gesneden ui op je nachtkastje bij verkoudheid echt werkt. Je neus blijft zo open, waardoor je ondanks je verkoudheid ook beter kunt slapen.

Ook het eten van uien helpt bij griep of verkoudheid. Het liefst rauw, dan bevat de ui namelijk de meeste vitaminen en ‘antibiotische’ eigenschappen. Dat wil zeggen dat hij het in zich heeft om bacteriën de deur te wijzen. En om het helemaal mooi te maken: in ui zitten ook polyfenolen, die in het bezit zijn van ontstekingsremmende eigenschappen.

Is een ui gezond voor je darmen?

Niet alleen is ui gezond voor je slijmvliezen; ze zijn ook onmisbaar voor je darmen. Er zitten massa’s vezels in en de nodige prebiotica. Uien zijn dus belangrijk voor een goede stoelgang en je weerstand, die voor een groot deel in onze darmen huist. Toch ‘vallen’ uien niet bij iedereen even lekker. Dat komt doordat er veel inuline – oftewel fermenteerbare vezels – in zit. Sowieso komt bij de vertering van dit scherpe bolletje nogal wat gas vrij, maar inuline zorgt als het ware voor een explosie. En dat gas moet eruit als … een scheet. Heb je daar veel last van? Dan is de beste remedie: vaker ui eten! Je darmbacteriën passen zich hierop aan, waardoor je uien steeds beter verdraagt.

Zet ze in de tuin

Uien zijn tweejarige planten. Voor een mooie oogst kun je het beste kleine pootuien kopen. Ze groeien eigenlijk op alle grondsoorten, zolang het maar niet al te vochtig is. Verwen ze ook niet al te veel, want dan krijg je vooral veel blad en soms zelfs bloemen. Daar zijn we niet echt op uit – het gaat om het ondergrondse effect: een stevige ui-bol. Als het loof begint uit te drogen, dan kun je de ui oogsten. Dat kan heel simpel door ze aan het blad uit de grond te trekken. Als je ze op een droge plek aan het loof laat drogen, kun je ze maanden bewaren.

Bron: https://gezondnu.nl/dossiers/voeding-en-gezondheid/gezonde-voeding/zo-gezond-is-ui/#utm_campaign=202017&utm_source=gezondnu.weekend&utm_medium=email

Propolis beter tegen koortslip dan aciclovir

0

Uit een Tsjechisch-Slovaaks dubbelblind onderzoek blijkt dat propoplis koortsblaasjes sneller doet genezen dan aciclovir. Bij 200 deelnemers die een zalf met 0,5% GH2002-propolisextract op de blaasjes aanbrachten duurde het drie dagen vooraleer korstvorming en epithelisering van de blaasjes afgerond was, bij de 200 deelnemers die 5%-aciclovir-zalf namen duurde dat vier dagen. Iedereen moest de zalf vijf keer per dag aanbrengen.

Al op dag drie ondervond 60% van de patiënten uit de propolisgroep goede tot zeer goede verbetering van koortslip, in de controlegroep was dat 29%. Ook pijn, jeuk en zwellingen verdwenen veel sneller door toedoen van propolis.

Koortslip wordt veroorzaakt door het herpes-simplexvirus. Virusremmer aciclovir is momenteel de gouden standaard tegen koortslip, maar propolis bleek al in eerdere studies goed werkzaam te zijn wanneer het in een vroeg stadium aangebracht werd. In dit onderzoek hadden deelnemers last van ‘rijpe koortsblaasjes’, een verder gevorderd stadium dus.

GH2002 is een speciaal propolisextract waaruit de pollen, was en harsen eruit zijn verwijderd, dit om allergische reacties te voorkomen.

Onderzoek: acupunctuur bij migraine effectief

0

Studies met positieve uitkomsten van acupunctuur worden nogal eens afgeserveerd als ‘slechts een placebo-effect’. Chinese wetenschappers zetten nu een ander beeld neer in hun onderzoek naar de effectiviteit bij de preventie van migraine. Ze geven daarbij een uitvoerige methodologische verantwoording die moet aantonen dat de resultaten niet zijn gebaseerd op inbeelding, maar op feiten.

Aan de RCT, uitgevoerd in China tussen 2016 en 2018, deden 150 personen mee die leden aan episodes met migraine zonder aura. Van hen was 82% vrouw en de gemiddelde leeftijd was ruim 36 jaar. In de uiteindelijke analyse konden 147 mensen worden meegenomen. De onderzoeksperiode besloeg 24 weken: vier weken voorafgaand aan de randomisatie, vervolgens acht weken behandeling en dan nog eens een follow-up van twaalf weken.

De randomisatie onder de patiënten vond plaats in een verhouding van 2:2:1 voor respectievelijk manuele acupunctuur, sham acupunctuur en de gebruikelijke zorg. Bij de onderzoeksarm sham acupunctuur werden de naalden niet op acupunctuurpunten geplaatst en drongen deze de huid niet binnen. Dat is van belang omdat deze schijnacupunctuur niet inactief is, maar de routes waarlangs pijn ontstaat op een andere wijze beïnvloedt. Bij deze behandeling treedt een prikkende sensatie op, die voor patiënten niet te onderscheiden is van echte acupunctuur. De derde onderzoeksarm met een gebruikelijke behandeling, inclusief leefstijladvies, werd opgenomen om een bekend placebo-effect als gevolg van het contact met de behandelaar uit te sluiten.

Uitkomstmaten waren de veranderingen die optraden in het aantal dagen met migraine en het aantal aanvallen. In week 13-16 was het aantal dagen in de acupunctuurgroep significant afgenomen met 3,5 en in de sham-groep met 2,4. Voor week 17-20 waren dat respectievelijk 3,9 en 2,2 dagen. Er was ook verschil in het aantal migraineaanvallen en dat bereikte significantie in de weken 17-20, met afnames van respectievelijk 2,3 en 1,6. Ernstige bijwerkingen van de acupunctuurbehandeling waren er niet. Aan het eind van de studie bleek dat er geen significant verschil tussen de twee groepen was wanneer deelnemers werd gevraagd te raden welke behandeling ze hadden ondergaan. Daarmee werden de auteurs bevestigd in hun opzet een geblindeerd onderzoek te doen.

De gedegen studieopzet was blijkbaar van dien aard dat in een begeleidend hoofdredactioneel commentaar in The British Medical Journal de wetenschappelijke onderbouwing van acupunctuur werd benadrukt. BMJ plaatste wel enkele kritische kanttekeningen. Zo waren de gevonden verschillen gematigd. Ze waren weliswaar statistisch significant, maar hoefden daarmee niet automatisch ook voldoende klinische relevantie te hebben. Bovendien was de studieduur wellicht te kort om te kunnen vaststellen of de effecten blijvend waren. Maar toch: ‘We now have good evidence that acupuncture is an effective treatment for episodic migraine. Given that almost 90% of people with frequent migraine have no effective preventive treatment, acupuncture provides a useful additional tool in our therapeutic armoury. (…) [The] study helps to move acupuncture from having an unproven status in complementary medicine to an acceptable evidence based treatment.’

bron: https://www.voedingsgeneeskunde.nl/node/4932

Fytotherapie bij overgewicht en metaboolsyndroom

0

Bestrijding van overgewicht en de daaruit voortvloeiende chronische ziekten is wereldwijd een uitdaging. Momenteel is er veel aandacht voor verschillende (gecombineerde) voeding- en leefstijlinterventies. Kruiden zouden ondersteuning kunnen bieden bij de behandeling van overgewicht en het metaboolsyndroom. In een recente systematische review en meta-analyse wordt omschreven welke planten u hiervoor in de praktijk tot uw beschikking heeft.

Op basis van 279 klinische studies concludeerden de onderzoekers dat verschillende kruiden invloed hebben op overgewicht en metaboolsyndroom, waaronder groene thee, de gewone boon (Phaseolus vulgaris), zwarte komijn, Garcinia combogia (een vrucht), Irvingia gabonensis (wilde mango) en Caralluma fimbriata (een cactussoort). Groene thee heeft de breedste effecten en verbetert gewicht, body mass index, buikomtrek en totaal cholesterol. De boon en zwarte komijn verminderden het gewicht en de concentratie triglyceriden in het bloed. Daarbij verminderen de cactus, lijnzaad, spinazie en fenegriek het hongergevoel. Een combinatie van een plant die de honger stilt met een plant die bijvoorbeeld de stofwisseling stimuleert, heeft mogelijk een groter effect.

Aanpassen van voeding en leefstijl ligt uiteindelijk aan de basis van de behandeling. In de fase van de behandeling waar gewichtsreductie het belangrijkste doel is, kan gebruik van kruiden kan een goede ondersteunende rol spelen.

Bronvermelding:
Payab, M., Hasani‐Ranjbar, S., Shahbal, N., Qorbani, M., Aletaha, A., Haghi‐Aminjan, H., … & Abdollahi, M. (2019). Effect of the herbal medicines in obesity and metabolic syndrome: A systematic review and meta‐analysis of clinical trials. Phytotherapy Research;34(3),526-545.